November 29, 2011

Hayo 11:12
Ergens tussen Birmingham en Manchester in Engeland ligt Bakewell. En daar ligt de brouwerij Thornbridge. Voor de biergeeks onder ons: een jaar of twee geleden was er een programma op de BBC met Oz Clarke en James May. Het heette Oz and James drink to Britain. Ze toerden door Engeland om de authentieke Engelse drank te ontdekken. Veel bier natuurlijk en volgens hen was Jaipur IPA van Thornbridge het beste bier van Engeland.
In Nederland is het bijna niet te krijgen. Als je geluk hebt kun je het vinden bij de Man van Drank in Rotterdam. Als ze iets hebben van Thornbridge, dan koop ik het blind. Dit keer gooide ik Kill your Darlings in mijn karretje. Een Weense Lager. Ja ik moest ook even uitzoeken wat het precies was. Een Weense lager is rood met een moutige, broodachtige smaak die erg subtiel gehopt is. Niet extreem bitter, wel een goede hoparoma.
De bierstijl opgezocht, check. Blijft nog over de naam. Kill your Darlings is een term die wordt gebruikt door schrijvers. Geliefde personages die het totale verhaal niet ten goede komen of niet van belang zijn, moeten uit het verhaal. Je geliefden moeten dood, en wel door je eigen hand.
Een bier waarbij ik al twee dingen heb moeten opzoeken voordat ik de kroonkurk eraf heb moet nogal wat wezen. Eenmaal ingeschonken lijkt hij inderdaad op wat een Weense lager moet zijn. Heel, heel donker rood. Koper kan je het niet meer noemen. Heel erg helder met mooie kleine belletjes. Flinke witte schuimkraag. Een bier waarvan je dorst krijgt door er alleen al naar te kijken.
Hij ruikt wel hoppig. Eigenlijk ruikt hij nogal Amerikaans. Volgens het etiket zit er Amarillo en Tettnanger hop in. Vandaar de Amerikaanse geur. Hang nog even goed je neus erin en begin je ook het brood en de karamel te ruiken. Maar niks is te heftig of te te weinig. Van de geur krijg je alleen maar meer dorst.
We hebben ons nu wel lang genoeg ingehouden. Drinken maar. Aaaaah, zoetig, moutig, karamellig (is dat een woord?). Heerlijk volle smaak zonder dat het plakkerig of zwaar wordt. Lekker bubbelig ook. Daarna schuift de moutigheid een beetje opzij om de hop toe te laten. De hop smaakt naar bloemetjes met peper, daarna voel je langzaam de de citrus van de Amarillo binnen dringen. Deze twee hopsoorten gaan uitstekend samen, in ieder geval in dit bier.
Halverwege het bier (ja, in halve liter flessen) begin je de naam te begrijpen. Het zou zo makkelijk zijn om met deze ingrediënten uit de bocht te schieten. Zulke lekkere mouten en deze geweldige hopsoorten. Met deze zaken moet je je inhouden. Je doet het met pijn in je hart, maar het moet en dat weet je.
Gelukkig hoeven wij ons geen zorgen te maken over onze Darlings en hoe we die moeten ombrengen. Dit is mijn absolute Darling en die ga ik zeker niet ombrengen. De volle vijf sterren.

November 24, 2011

Hayo 13:20
Hayo: Een Emelisse blond, nog over van het etentje vorige week. Eigenlijk prima te drinken. Niet al te ingewikkeld en lekker hoppig. Wel wat zwaarder dan je zou denken.
Arnoud: Ik heb nog maar eens een rondje bokken gehaald. Amstel. Sja, wel aardig maar ook wat vlak.
Hayo: Een klassieker, de Pauwel Kwak om te testen. Hij smaakte eigenlijk nog hetzelfde als vroeger. Kennelijk ben ik dan niet meer dezelfde als 20 jaar geleden, want ik vond hem niet zo geweldig meer.
Arnoud: Ook de Alfa. Er blijft toch een wat raar smaakje zitten aan deze bok. En ook gek maar wel leuk: zoet in de nasmaak.
Hayo: Jopen Trinitas Tripel. Gekregen voor mijn verjaardag. Mooi, niet al te heftig, wel goed in balans. Niet te moutig en niet te hoppig. Niet hun beste bier maar zeker een goeie tripel.
Arnoud: En een Gulpener bok.Wat subtiel maar van deze drie toch wel de beste.
November 22, 2011

Hayo 12:20

Het begin
Iedere echte bierdrinker gaat door hetzelfde begin. Je drinkt pils, vindt het lekker en gaat om zoek naar nog beter. En dan kom je terecht bij je kleine buurtslijter. En die heeft maar een paar speciaalbieren: Hoegaarden, Julius (als je net zo oud bent als wij zijn tenminste), wat trappisten en natuurlijk een Pauwel Kwak. In mijn herinnering was een Pauwel Kwak geweldig, ik had nog nooit zoiets lekkers gedronken. Voor een beginnende bierdrinker is het zo’n beetje het summum van speciaalbier.
Glas
En dat samen met het glas. Oh wat een glas. Hoe cool voelde je je met zo’n bel met houten houder op de bank? Eigenlijk was het reteonhandig. Je zit eerst te klooien met die houten houder, dan kom je er achter dat het glas er uit kan, maar dat kan je niet makkelijk neerzetten. Maar ja, je ziet er wel echt uit als een speciaal bierdrinker.
Voor als je het niet weet: het is een koetsiersglas. Vroeger hadden koetsiers een houdertje op de bok waar ze een glas in konden hangen. Toen mocht je nog gewoon drinken en rijden. Pauwel Kwak heeft er een houdertje omheen gemaakt en het verkoopt als een tierelier.
Het is wel een beetje eng om je jeugdliefde opnieuw op te zoeken. Is ze nog steeds zo mooi? En zo lief? Was vroeger alles echt beter? Smaakt de Kwak nog steeds zo fenomenaal als toen ik 18 was? Als echte bierbloggers doen we niet aan sentiment! Inschenken dus.
Schuim
Hij schenkt met een enorme schuimkraag. Maar dat komt ook door het glas. Door dat kleine bolletje onderaan klotst het snel en daar hoort een stevige schuimkraag bij. Wel een geweldig mooie koperen kleur. Het is wel een plaatje, zo’n glas gevuld met een mooi koperen bier met een volle witte schuimkraag.
Mout, mout en alcohol voert de boventoon qua geur. Die 8% alcohol zijn wel erg aanwezig. En dat met de broodachtige zoetheid van mout, dan heb je een flinke jongen te pakken. Na die dikke muur van geur komt er veel fruitigheid doorheen. De Pauwel Kwak komt erg zwaar en vol over.
Smaak
Die zware geur komt precies overeen met de smaak. Pauwel Kwak is vooral plakkerig zoet. Karamel voert de boventoon, zowel qua smaak als plakkerigheid. Een beetje fruit kan je er uit halen maar dan moet je wel je best doen. Hij loopt een beetje bitter uit. Het is geen complexe hopbitterheid maar een wat vlakke bitterheid. Niet echt spannend.
Wat moeten we hier nu mee? Vroeger liepen we hiermee weg, maar nu komen we er achter dat het niet zo heel spannend is. Een jongensdroom aan duigen. Maar ja, we moeten er wel sterren aan hangen. Krijgen ze punten voor de herinnering, punten voor het glas of voor de smaak. Een lastige keus. Maar keuzes moeten gemaakt worden.
Teleurstellend
Twee sterren is het geworden. Geen emotioneel gesnotter, de Pauwel Kwak is gewoon niet zo heel goed. Ben ik beter gaan proeven? Is Pauwel Kwak slechter geworden? Of zijn we verwend met nieuwe betere bieren? Ik weet het niet maar Pauwel Kwak is te zoet, te weinig spannend en met name te vlak. Jammer van die jongensdroom maar we zijn mannen geworden.

November 18, 2011

Arnoud 14:05
Als liefhebbers van micro-brouwerijen kijken we altijd met een mengeling van jaloezie en bewondering naar de twee kusten van de Verenigde Staten. Want daar zijn heel veel kleine brouwerijtjes. En die brouwen heel veel verschillende en leuke biertjes. De concurrentie zorgt ervoor dat hun bieren onderscheidend zijn en hun commercieel succes baart de grote jongens inmiddels zorgen.
Weining minibrouwerijen
Ach, en hoe zit dat dan in Nederland? We zien hier maar weinig van dit soort minibrouwerijen. Maar misschien kijken we niet goed? Want bijvoorbeeld in Leiden zit een brouwerijtje dat ‘Leidsch Bier’ heet. Brouwt voor Leiden en omstreken. Experimenteren doen ze thuis en de grote hoeveelheden laten ze maken door een grote brouwerij in België.
We hopen natuurlijk dat al het Leidsch bier ooit ook echt in Leiden gebrouwen gaat worden. Zal dat gaat lukken? We probeerden hun Aaipiejee om daar achter te komen.
Op het eerste gezicht ziet het er allemaal goed uit. Met 6,4% eindelijk eens een minder zwaar bier. Zware bieren zijn makkelijker te brouwen maar je kunt er veel minder van drinken.
Bravoure
Verder straalt van het etiket straalt de bravoure af. Er staat wat een IPA is, waar je het bij moet eten, wat er en zit en ga maar door. En dan nog dat je als argeloze pilsdrinker wel eens overweldigd zou kunnen worden van deze IPA. Tot slot staat er dat er in de grote fles 75cl. zit en in de kleine 33. Kortom: geen geld om twee etiketten te laten drukken maar wel arrogant blaten tegen zogenaamd angstige pilsdrinkers. Kijk, daar houden wij van. Nu al een bonusster voor een stukje Leidsche VOC-mentaliteit.
En maken ze het ook waar? Het begint in elk geval al goed met een mooie, oranje-achtige kleur en een grove schuimkraag daar bovenop. Dat ziet er goed uit. Hij ruikt ook naar een echte IPA. Dat kan ook niet anders met de hop. Want dat zijn de usual suspects van de Amerikaanse IPA’s: Amerillo, Cascade en Galena. Veel bitterheid en citrus dus.
Gebalanceerd
Die citrus komt natuurlijk ook terug in de bittere nasmaak van de Aaipiejee. Die is dus goed en lekker. Maar dat is ook niet moeilijk. Waar je bij andere IPA’s niks meer proeft dan de Amerikaanse hop, smaakt de Aaipiejee naar een echte IPA. Dus met een mooie, zoetige smaak die je eerst proeft, voor al die hop. Dat maakt de Aaipiejee tot een mooie en gebalanceerde IPA.
Dit is echt een bier dat je graag drinkt. Als je op zoek bent naar een standaard IPA in Amerikaanse stijl. Want hij is dan mooi en gebalanceerd, de brouwer laat zich inspireren door Snake Dog van Flying Dog. Maar hun IPA’s zijn toch echt wel van een andere orde. Die zijn veel radicaler en maken veel meer los bij je. Zo gek maken ze het dus niet in Leiden.
De Aaipiejee van Leidsch Bier is echt een mooie IPA maar hun bier smaakt minder stoer dan hun eitket doet beloven. Dit is juist typisch iets voor de pilsdrinker die op zoek is naar iets anders. Leidsch Bier aaipiejee is niet zo radicaal als sommige Amerikaanse voorbeelden maar dan neemt niet weg dat je het jammer vindt dat je glas leeg is. Want het is een verdomd goed gemaakt bier. We willen meer van dit soort bier en dit soort brouwerijen in Nederland. En hopen dat ze ook echt in Leiden gaan brouwen natuurlijk.
.

November 16, 2011

Hayo 12:47
Na alle ellendige bokbieren drinken we eindelijk weer eens wat ander bier. Dit weekend hebben we onze eigen Oud Hollandsch Herfstmenu gemaakt. Met de bijbehorende bieren natuurlijk.
Arnoud: Een groot diner moet je voorbereiden. En dat gaat beter met een biertje erbij. We dronken een Cigar City Guava Grove. Een wat? Een saison genaamd Guava Grove van een brouwerij uit Florida die Cigar City heet. Gelagerd op Guaves en dat geeft een aparte smaak. Hij was vooral nogal zuur. Best lekker maar hij heeft niet de mooie complexiteit van een Dupont.
Hayo: Brand Up, samen met een echte oude Schiedamse Genever. Als je daarmee je etentje begint zit je meteen goed. Een kopstoot met smaak.
Arnoud: mosterdsoep met een mooie: Emelisse Blond. De Amerikaanse citrushop van deze Emelisse doet het goed bij de soep en deed het ook goed bij het bezoek. En inderdaad, het is een lekker biertje.
Hayo: La Trappe Quadruppel bij de Hachee. Errug lekker. De zoetigheid van de La Trappe gaat prima met de zoetige smeuigheid van de Hachee. En hij is sterk genoeg om de vettige smaak te kunnen hebben.
Hayo: Hertog Jan Grand Prestige. Ook een zware jongen. Maar als je de La Trappe en de Hertog Jan zo naast elkaar drinkt dan mist de Grand Prestige toch wat. Waar de Quadruppel mooi fruitig en bijna smaakt naar Bubbelicious is de de Grand Prestige nogal zwaar en moeilijk.
Maar ja, als je de Grand Prestige drinkt met peertjes gestoofd in diezelfde Grand Prestige dan vergeef je een hoop.
November 11, 2011

Arnoud 14:05
Zo, voorlopig hebben we wel weer even genoeg bokbier gedronken. Tijd voor iets anders. Bijvoorbeeld voor de middelgrote Limburgse familiebrouwer Lindeboom. Lindeboom is het soort brouwerijen waar we best wat van verwachten. Leuk genoeg en groot genoeg om wat te experimenteren. En dat doen ze dan ook. Ze hebben ter gelegenheid van het 140-jarig bestaan van de brouwerij de ‘Gouverneur’-serie uitgebracht. Zijn deze bieren een feest om te drinken?
Speciale 140
Lindeboom begon het jubileum met de Speciale 140. Een bier in de stijl van Palm en De Koninck met 5,5% alcohol. Maar deze Gouverneur is veel lichter dan zijn Belgische stijlgenoten. En de schuimkraag is heel snel weg. Dan blijft er een bleek schuimloos plasje over in je glas en dat ziet er niet zo appetijtelijk uit.
En ook het drinken valt erg tegen. De geur is nog wel wat alcoholisch maar hij smaakt veel te slap. Je moet echt een heel flesje leegdrinken om iets te proeven. Dan uiteindelijk kun je nog wel positief zijn over de balans enzo. Maar bespaar je de moeite. Een zoetige Palm of een zurige De Koninck hebben veel meer smaak. Je kunt dus beter een echte speciale Belge kopen.

.
Blonde
De Blonde van Lindeboom Gouverneur is ook echt heel blond. Helaas houdt ook deze schuimkraag het niet lang uit. Bovendien zit er nauwelijks koolzuur in. En dan heb je toch echt wel een drinkmotivatieprobleem met die doodgeslagen bleke plas in je glas.
Dit bier heeft 6,5% alcohol maar de geur is wel erg alcoholisch. Alsof er veel meer in zit. En de smaak is ook sterk. Enorm sterk. Rijk, hooggistend, vol en blond. De Blonde is zowel zoet als zurig. En dan ook nog warm en branderig. En die smaak blijft ook enorm hangen. Je moet echt moeite doen om dit bier op te drinken. Hm, deja vu. Waar kennen we dit ook weer van? Ach ja: een Amstel Gold.

.
Brune
Verrassing: bij de Brune blijft de schuimkraag gewoon staan in je glas. Je hebt dus een mooi lichtbruinig bier met koolzuur en een mooie laag schuim. Eindelijk. Ruiken wordt ook beloond door de Brune. Mooi kruidig als een echte dubbel.
En dan het drinken. Ook dat wordt beloond. Je slok begint zoet en eindigt kruidig. Potdomme precies wat je wilt in een dubbel! En dan ook nog eens goed in balans. Die mooie smaak, de verhoudingen die precies kloppen, de mooie bruine smaak, precies de juiste hoeveelheid kruidigheid, warm maar ook hoppig. Jaaa, zo moet het! En dan die wrange nasmaak. Je wil gelijk nog een slok.
Gelijk dringt de vraag op: is deze brune opgewassen tegen de La Trappe dubbel? De standaard in deze klasse? We durven het niet te zeggen. Tijd dus voor een shoot-out. En die hou je tegoed.

.
Conclusie
De vraag dringt zich op wat Lindeboom nou wil met deze serie. Hetzelfde brouwen als alle andere brouwerijen maar niet beter? Dat is ze gelukt. De Speciale 140 en de Blonde stellen gewoon niks voor. Ik kan me niet voorstellen dat die op de markt blijven. De Brune is wel echt goed maar eigenlijk geldt hetzelfde: waarom? Er zijn al goeie dubbels. Deze is dan wel lekker maar vernieuwend is het natuurlijk niet.
We zagen het ook al bij De Smaak van Echt, waar Lindeboom ook bij betrokken was. Middelgrote Nederlandse brouwers zijn totaal niet innovatief. Neem een voorbeeld aan de kleine brouwers en geef jezelf eens een echt leuk cadeau, Lindeboom!
November 8, 2011

Hayo 13:16
Je hebt de Lekkerste bok van Nederland en je hebt de Beste bok van Nederland. Is de Beste beter dan de lekkerste? Is de Lekkerste dan lekkerder dan de beste? Wij zijn hem kwijt. En wat doen we dan? Dan doen we gewoon de Bestetotnutoe bok. Wat vonden wij nou de lekkerste/beste bok van dit jaar. We maakten een mooie top 5.
Nummer 5:
IJ Bok
Normaal niet onze favoriet maar dit jaar verdienen ze een plek in onze top 5. Hun kenmerkende gistsmaak doet het over het algemeen niet goed in een bok. Maar op de een of andere manier werkt het dit jaar. Lekker doordrinkbaar, lekker caramellig en hoppig.
Nummer 4:
Gulpener Bok
De diesel onder de bokken. Komt langzaam op gang maar zodra hij het ritme te pakken heeft is het een prima bok. In eerste instantie mis je de smaak. Zodra je wat verder bent komt de bok naar voren. Door de langzame start net niet op het erepodium.
Nummer 3:
Jopen Bock
We zijn fan van Jopen. Leuke brouwerij met hele goeie bieren. Hun Bock kan nog een beetje werk gebruiken maar wel een plek in de top drie. Volgend jaar iets meer mout en dan halen ze wellicht de éérste plek.
Nummer 2:
Schiedamse Dubbelbok
Dé verrassing op het bokbierfestival. Gebrouwen bij De Pelgrim in Rotterdam. Mooie volle smaak. De caramel, de zoetigheid en de bitterheid lopen schitterend in elkaar over. De alcohol verwarmt je hele lichaam. Alleen iets te zwaar voor ons, dus net niet op 1.
Nummer 1:
La Chouffe bok
Belgen? Bokbier? Op nummer één? Jawel, het beste bokbier van 2011 komt uit Belgie. En dat is iets om over na te denken. Jarenlang hebben de alleenheerschappij gehad om de bok. Nu worden we links ingehaald door Belgen.
Ze maken een schitterende bok. Niet te zwaar, mooie caramel en zoethoutsmaak. Lekker zoet maar niet te zoet met precies de hop die nodig is om het in balans te brengen.
Dat is hem dan, de Bestetotnutoe bok: La Chouffe. Een Belg, ja een Belg! Nederlandse brouwers, laat deze schande niet over je heen gaan en ga aan de slag volgend jaar. Dan kunnen we hopelijk weer gewoon Hollandsche waar tot beste uitroepen.
November 2, 2011

Hayo 12:36
Nou het zit er weer op. Het Pint Bokbierfestival is weer achter de rug. Wij luisteren altijd goed naar onszelf en waren mooi op tijd. Geen rij, we konden zo langs de dranghekken doorlopen. Helaas luisteren veel anderen mensen ook naar ons en waren die ook al “s middags. Gezellig druk zullen we het maar noemen.
En zoals de voorgaande jaren was er ook dit jaar weer een overvloed aan bokken. Niet alleen Nederlandse maar ook Belgische en Duitse. Een paar flinke jongens maar ook een bok van 4,5%. Een bok voor iedereen dus. Maar is dat ook echt zo? Kwantiteit zegt helaas niks over kwaliteit. Proberen dus maar. We zetten onze hoogte- en dieptepunten op een rijtje.
Emelisse Herfstbock
Emelisse staat bekend om een bier met veel heftige smaken. Vaak wat te eendimensionaal maar wel met smaak. Hun bock is echter alleen nog maar eendimensionaal. Zoet met weinig hop. En dat zijn we nou net niet gewend van Emelisse.
Ramses Lambok
Oei oei veel te zuur. Het lijkt een kwaal waar veel bokken aan lijden tijdens het Bokbierfestival. Als je door de zurigheid heen drinkt zit er wel een aardige bok achter. Helaas is de wijnachtige zuurheid zo aanwezig dat alles wegvalt. Hopelijk lag het aan vieze leidingen want anders is het niet best.
Zeeburg Dubbelbock
De buzz op het festival. Volgens velen een van de beste bokken van dit moment. Dan moeten wij die natuurlijk proberen. Een bok met een explosie van smaak. Fruit, zoetigheid, karamel, bitterheid en alcohol en dat allemaal in grote hoeveelheid. Voor ons iets te veel. Dit is een bier voor bij een boek en een open haard. De Zeeburg Dubbelbock moet je drinken in alle rust en kalmte, niet in een overvolle beurs van Berlage. Uitstekende bok maar niet voor een festival.
Stichting USV-Brewery Bockmeister
Met zo’n naam en maar 4,5% alcohol is dit de Bock die wij moesten drinken. En dat hebben we geweten. Zoet, zoet en nog eens zoet. Zoet met een enorme hoofdletter. Elke andere smaak was er echt niet te ontdekken. Toen het glazuur op onze tanden hersteld was hebben hem maar in de afvoer gemikt. Problemen met de gisting Stichting USV-Brewery?
Pelgrim
We deden een rondje Pelgrim. Hun Rotterdams Bokbier is een prima bok. Zoetig, moutig, lekkere karamel en fijne hoppigheid. Kwalitatief een prima bok. Niet spannend maarprima als je op zo’n festival staat.
Maar ze brouwen ook de Schiedamse Dubbelbock. En dat is me een bok! Tikkie zwaar maar ja, het is een dubbelbok. Mooie volle moutige karamelsmaak, je proeft de ouderwetse karamelsnoepjes. De verwarmende alcohol zorgt voor een mooie overgang naar de stevige hoppigheid. Dit is zo’n bier waarbij alles in elkaar overloopt. Waar bij andere bokken de ene smaak de andere overheerst of tegenwerkt vloeit deze bok schitterend van de ene in de andere smaak.
Conclusie?
Het bokbier was niet allemaal geweldig. Sterker nog, sommigen verdienen de naam bokbier niet. Gelukkig zijn er ook nog pareltjes, je moet ze alleen weten te vinden.
Wel leuk om te zien wat voor een enorm succes dit festival elk jaar weer is. Het lijkt elk jaar weer groter en drukker te worden. Dit is een festival waar we trots op mogen zijn.