Toen we begonnen met het drinken van speciaalbier, waren er niet zoveel verschillende bieren te krijgen als nu. De meeste grote brouwerijen hadden wel een of twee speciaalbieren en dat was het dan. Verder waren er wat Belgische bieren als Hoegaarden Grand Cru en de Verboden Vrucht. En er was Duvel. Die Grand Cru en de Verboden Vrucht drink ik eigenlijk nooit meer. Flauw bier met weinig smaak. Niet iets dat je koopt als je beter kan krijgen. Maar Duvel drink ik nog steeds. En vaak.
Duvel was overal te krijgen en is dat nog steeds. In cafe’s en restaurants met een beperkte bierkaart is met Palm en Duvel vaak het enige speciaalbier. Nederland is dan ook een belangrijk markt voor dit Belgische bier. De meeste bierdrinkers hebben wel eens een Duvel gedronken. Eigenlijk is dat best wel raar want Duvel is nou niet meteen een heel toegankelijk biertje. Duvel is niet zoet en ook niet makkelijk doordrinkbaar.
Een Duvel inschenken is altijd een beetje een feestje. Hun glas bestaat al sinds de jaren zestig en is een echt biericoon. Duvel zelf bestaat al sinds 1945 en heette toen ‘Victory Ale’ als eerbetoon aan de bieren van de bevrijders. Later werd het bier blonder en kreeg het de huidige naam. Het glas houdt de sterk ontwikkelende schuimkraag bij het inschenken binnenboord. En iedereen die dat maar rustig genoeg doet, wordt getrakteerd op een prachtige, glasvullende schuimkraag.
Het klinkt misschien gek maar Duvel is eigenlijk een soort veredeld pils. Dat kun je ook wel zien aan de hele blonde kleur. Die is nauwelijks donkerder dan pils. Volgens de geruchten zit er nauwelijks meer mout in dan in pils. Door suiker toe te voegen bij de hergisting op fles komt het alcoholpercentage dan op 8,5%. Dat lijkt me een indianenverhaal want met zoveel vergisting knalt het bier de fles uit door al het koolzuur. Hergisting op fles zorgt hooguit voor een half procentje meer alcohol.
Hoe het dan wel zit blijft voorlopig een raadsel. Wat je in ieder geval kunt proeven is de bijzondere gist die Duvel die specifieke smaak geeft. Deze van oorsprong Schotse gist geeft Duvel een uitgesproken zurige smaak. Die valt nog meer op omdat Duvel niet zoet is. En weer wel een beetje hoppig. Eigenlijk is de balans dus heel goed en daar bovenop zit dan die hele sterke en erg aromatische zurige geur en smaak.
Als je een Duvel drinkt merk je dat de alcohol bijna bedwelmend is. Die komt je glas uit en neemt het sterke aroma mee. Dezelfde geur proef je als je een slok neemt. Alcohol en een hele prettige, zurige smaak. En veel koolzuur. Geen bier waarvan je er even een paar achterover slaat. Maar wel een bier dat naar meer smaakt. Duvel drinken is je laten meevoeren in een prettige roes van fris zurige smaken. En ondertussen flink boeren, dat wel.
Er zijn bieren, zoals Raging Bitch, die ongemerkt veel alcohol hebben. Duvel heeft ook veel alcohol maar dat is bepaald niet ongemerkt. Als raging bitch een sluipmoordenaar is, dan is Duvel een bijl in je nek. Toch kun je Duvels altijd wel drinken. In de zon op het terras, als aperitief maar ook op een koude winteravond. Die heerlijke smaak past heel vaak erg goed.
Zou dat het succes verklaren van Duvel? Een heel eigen smaak, een uitgesproken zwaar bier. Veel Engelse invloeden maar toch erg Belgisch. Voor mij is de belangrijkste verklaring de aandacht die Moortgat heeft gegeven aan hun Duvel. De tijd die ze hebben genomen om het te ontwikkelen. En de tijd die ze hun Duvels nog steeds geven, want ze laten de flesjes twee maanden rijpen. Moortgat is nu een grote brouwerij maar met hun Duvel laten ze zien dat ook grote brouwerijen authentiek kunnen blijven.
Duvel was een van mijn eerste bierliefdes. En nog steeds hou ik van dat bijzondere flesje, dat bijzondere glas, die mooie schuimkraag en die heerlijke, uitgesproken smaak.
Arnoud: Kliekjesweek. Tot mijn schrik kwam ik erachter dat ik nog flesjes infaam Abbaye de Oudkerken had staan. Inderdaad, nog van de Lidl-test. Laten we zeggen dat ze niet echt beter worden met de tijd.
Hayo: Een Chateau Neubourg. Heb de drugs dit keer links laten liggen en gewoon het bier gedronken. Het is inderdaad een prima pils. Zeker een om mee weg te komen.
Arnoud: Ik had ook nog Gauloise Brune staan. Daar is natuurlijk niks mis mee.
Hayo: Zo’n bier wat je altijd ziet staan maar nooit meeneemt: Achel Bruin. Ik ben blij dat ik deze wel heb meegenomen. Erg lekker bier.
Arnoud: En toen was ik wel weer klaar met dat oude bier. Mezelf getrakteerd op een paar heerlijke La Trappe Tripels. Die lijken in ieder geval steeds beter te worden.
Hayo: Het lijkt afgesproken werk maar dat is het niet. Ik heb ook La Trappe Tripel gedronken. En Arnoud heeft gelijk, ze worden steeds beter. Al het bier van La Trappe is trouwens prima te drinken.
Precies één jaar geleden zijn we begonnen. Ons eerste stuk op internet. En laten we wel wezen, we begonnen in stijl met Raging Bitch. Daar hebben we er dit jaar toch wel wat van weggewerkt.
Na dat eerste stuk hebben we een aantal mooie hoogtepunten gehad. Onze Indiase vrienden die we inhuurden om Westvleteren te bestellen. Natuurlijk niet gelukt. André Kleenen die zijn eigen Duitse bierwinkel is gestart. Chocola en bier gecombineerd met onze vrienden van Verdonk Fine Chocolates. En natuurlijk de heerlijke bokbieren aan het eind van het jaar.
Maar er zijn natuurlijk ook dieptepunten geweest. We noemen katers, hoge rekeningen in de kroeg, niet herkend worden op het bokbierfestival en natuurlijk ook best vaak vies bier. Niet echt zaken om over naar huis te schrijven.
Maar we hebben volgehouden. Want we doen het voor jou! We horen je al dankbaar in verjaardagsgezang uitbarsten. Dank, dank. We zijn vereerd. Maar we zijn nog lang niet klaar. Sterker nog, we hebben het afgelopen jaar alleen maar meer ideeën gekregen. We gaan komend jaar een tandje hoger. Zo zijn we onlangs een echt, officieel bedrijf geworden. Vanaf nu wensen we dus aangesproken te worden met directeur. We gaan in 2011 ons verhaal ook offline aan de man brengen. Met echt bier natuurlijk. We gaan bierproeverijen organiseren.
Niet standaard, niet saai en zeker niet voorspelbaar. We lopen het hele smaakpalet door. We drinken bieren die je meenemen op pad langs alle smaken die van bier bier maken. Allemaal lekker? Dacht het niet! Veilig bier drinken kan altijd nog. Maar we beloven je wel dat je bieren zult drinken waarvan je niet genoeg kunt krijgen. Wil je je papillen een keer een avontuur laten beleven? Je weet ons te vinden.
Als pilsliefhebber heb je het tegenwoordig maar makkelijk. Vroeger was je toch een beetje een lulletje in de kroeg. Al je vrienden aan het speciaalbier zaten jou uit te lachen om je simpele pilsje. Maar nu niet meer! Sinds bestetotnutoe de ‘Pils om mee weg te komen‘ serie heeft geïntroduceerd, drinkt een pilsliefhebber ook bieren met een verhaal. Vandaag: Vedett.
Vedett is het pils van Duvel. Duvel is namelijk niet een eenzaam biertje, maar het vlaggenschip van een steeds groter wordende Belgische onderneming: Moortgat. Duvel brouwde al Maredsous en heeft onlangs Heineken afgetroefd in de strijd om de Antwerpse trots De Koninck. Moortgat heeft zichzelf omgevormd van lokale Vlaamse brouwerij tot een op export gerichte onderneming die snel groeit.
Dat is dan wel een bedrijf met een aardig marketingbudget, zou je denken. Dat klopt vast ook, maar de Belgen zijn zuunig. Vedett bestaat al sinds 1945 maar is gedurende de twintigste eeuw gereduceerd van een exportproduct tot een lokaal pilsje voor kroegen in de directe omgeving van de brouwerij. Aan reclame deed Moortgat niet en zelfs het etiket bleef al die tijd hetzelfde. Zo kwijnde Vedett langzaam weg.
Totdat Vedett rond 2003 werd opgepikt in Brussel. Mede door het ouderwetse etiket werd dit pils supercool in de wat meer trendgevoelige kringen. Moortgat pakte dit op door de smaak en het etiket te verfijnen. Verder was de brouwerij slim genoeg om deze zojuist verworven cultstatus te koesteren. Er werd dus nog steeds geen reclame gemaakt voor Vedett. In plaats daarvan bedacht Moortgat een guerillamarketing-strategie.
Die strategie betekent dat de Vedett ook in andere plaatsen als cultbier aan de man wordt gebracht. Moortgat zorgt ervoor dat Vedett te krijgen is in de juiste kroegen en op de juiste festivals. Zodat je de juiste mensen ziet met het flesje in hun hand. Met dat zogenaamd nonchalante, nauwelijks gestileerde en daarom juist heel goed ontworpen etiket. En aan de andere kant van het flesje kun je jezelf zien. Als je jouw foto uploadt via de website van Vedett.
En waar anders dan in Amsterdam zijn mensen bereid om meer dan drie euro neer tellen voor een flesje pils? Sinds ongeveer een jaar is Vedett aan een opmars bezig in onze hoofdstad. Want meer dan wie dan ook vallen Nederlanders als een blok voor alles wat de Belgische biermarketing bedenkt. Zelfs het derderangs Luikse proletenpils Jupiler heeft hier de status van authentiek Belgisch cultbier. Goeie zet dus, van Moortgat.
En hoe smaakt dit zo weloverwogen vermarkte pils? Kom je ermee weg? Nou, niet echt. Met de esthetiek zit het wel snor. Uit het mooie flesje komt mooi bier. Wat licht maar de schuimkraag blijft mooi staan in het glas. Ja, daarmee maak je de blits in het café.
En bij kijken kun je het ook wel beter laten. Vedett is gewoon niet lekker. Of eigenlijk is het niet eens niet lekker. Want Vedett heeft te weinig smaak om vies te zijn. Wat je nog het meeste proeft is het rijkelijk aanwezige koolzuur. Die smaak herken je van Spa Rood. Niet echt waar je op zit te wachten.
Een beetje hop proef je nog wel in een Vedett maar verder is het niks. Dit bier heeft niet eens een nasmaak. Op het etiket staat dat het flink koud moet worden gedronken. Een goed advies, want hoe kouder bier is, des te minder je proeft. En gedachteloos achterover slaan is nog het beste dat je kunt doen, met een Vedett.
Is Vedett een pils om mee weg te komen? Nee. Vedett is niet lekker. Smakeloos. Eigenlijk drinken we nog liever een vies bier met smaak dan dit. Maar goed, Moortgat heeft het slim aangepakt en bespeelt de consumenten goed. En gezien het succes van andere matige Belgische bieren op de Nederlandse markt voorspellen we een gouden toekomst voor Vedett. En voor Moortgat. Wat smaak betreft blijft dat natuurlijk een raadsel. Een willekeurig dertien in een dozijn Nederlands pils blijft beter dan welk Belgisch pils dan ook.
Arnoud: Eindelijk de fles Duvel Tripel hop eens soldaat gemaakt. Ridicuul dure 75 cl. fles in mooie verpakking met nephandtekening en zo. Erg lekker. Lekker hopppig natuurlijk. Maar niet zo lekker als een doodgewone Duvel uit de supermarkt of in de kroeg. Dus die kun je beter drinken.
Hayo: Samuel Adams lager. Amerikaans pils, maar dan wel lekker. Een van de beste pilsjes die je kunt drinken.
Arnoud: We hadden een brute tweeliterfles van Christoffel Dubbel Gehopt. Erg goed te drinken. We vinden Christoffel sowieso een leuke brouwerij. Gek dat je er zo weinig over hoort.
Hayo: Vuur en vlam van brouwerij De Molen. Eindelijk een keer geen überheftige Imperial Russian Stout. Vuur en vlam is een IPA van ongeveer 6%. En ook nog eens heel erg lekker.
Arnoud: Er is ook nog steeds bokbier en ik heb mezelf getrakteerd op een sixpack Gulpener. Goed te drinken.
Hayo: Bavaria, uit een blikje. Sorry.
Arnoud: En met een paar biertjes van DeKoninck werd het toch een beetje de week van de klassieke bieren voor me. Een Koninckje mag je me bijna altijd voorzetten.
Vanavond begint een nieuwe serie van ‘Tournée générale’ op België 1. Voor wie het niet (meer) weet, dat is de serie waarin cultheld Ray Cokes en een of andere Vlaamse kabouter die we in Nederland verder niet kennen, op reis gaan door het Belgische bierlandschap. In een veel te mooie Volkswagenbus.
De hele serie is één grote reclamefilm voor de Belgische bierindustrie. Dat zeggen we alleen maar omdat we jaloers zijn dat er in Nederland niet zo’n programma is. En als dat er wel zou zijn, dan zou het een kort reisje zijn. Laten we eerlijk zijn: in België heb je om de paar kilometer een prachtig bierverhaal te pakken. In Nederland sta je vooral in de file op zoek naar die paar mooie brouwerijen.
Hoe dan ook, de eerste serie was een must voor de bierliefhebber. De tweede serie, die je vanaf vandaag kunt zien, heeft een meer culinaire insteek. Bier en eten! Kijk, daar houden we van. Opletten dus, allerhande nieuwe populistische omroepen: TV over bier. En eten. Daar houden hardwerkende mensen van.
Water? Dat spul wat uit de kraan komt? Juist.
Die vloeistof waarmee Wim-Lex in zijn vrije tijd mee hobbyt? Inderdaad.
Waar ze nu te veel van hebben in Zuid-Amerika? Hetzelfde spul.
Wat valt daar nou over te zeggen? Water is toch gewoon water?
Dat dacht je. Water is zelfs heel verschillend. Loop maar eens door je supermarkt. Schappen vol met water. Soms hebben ze meer soorten water dan bier.
Bier bestaat voor ongeveer 95% uit water. Water is dus een stuk belangrijker dan je denkt. Er zit ook veel meer in water dan je denkt. Ga maar eens naar de site van waterleidingleverancier. Daar kun je de samenstelling van je water vinden. Niet dat het veel uitmaakt, want een normaal mens snapt er toch geen snars van. Wij wonen in Utrecht en zo ziet ons water er uit.
Met al die verschillende zaken in het water is het dus niet zo gek dat water overal anders smaakt. En dit heeft weer invloed op je bier. De grote brouwerijen hebben mannetjes om alles gelijk te trekken. Dan maakt het niet zo veel uit waar je brouwt. Je voegt wat toe en je haalt wat weg. Klaar ben je.
Kleine brouwerijen kunnen dat niet en moeten het vaak doen met het water dat voorhanden is. Vroeger was dat hetzelfde. Je ziet dat klassieke bierstijlen zijn ontstaan waar het water het best was. We zullen niet te diep ingaan op alle details. We blijven bij een bekend onderdeel van water: hard water en zacht water.
Hard water bevat veel kalk (voor de nerds: calcium en magnesium). Je kent het wel van die ellendig nagesynchroniseerde wasmachinereclames. Tegenwoordig is er niet echt hard water meer. Vroeger wel en het werd niet veel harder dan in Dublin. Door het vele kalk in het water was het onmogelijk om een hoge zuurgraad (ph-waarde) in het brouwwater te halen. De ph-waarde is van belang om alle voedingsstoffen uit de mout te kunnen halen. Door te brouwen met gebrande mouten konden ze de ph-waarde op orde krijgen. Door het water te combineren met de juiste mouten ontstond het toch wel het klassieke Guinness. Ergens anders dan in Dublin kon het dus niet gebrouwen worden.
Zacht water is logischerwijs het tegenovergestelde van hard water. Het water in Plzen in Tsjechie is zachter dan je kussen. En zoals je weet komt pils oorspronkelijk uit Plzen. Het zachte water zorgt ervoor dat de ph-waarde van het brouwwater optimaal is. De brouwers in Plzen konden dus simpel met pilsmout brouwen en toch voldoende smaak en alchohol krijgen. Een bijkomend voordeel van het water in Plzen, was dat er weinig of geen sulfaten in zaten. Sulfaten reageren met hop en zorgen voor minder hopsmaak en aroma. Doordat die nauwelijks in het water zaten, ontstond er een schitterend licht bier met een heerlijk hoparoma.
Water is dus niet zo maar water. Het is van veel groter belang voor bier dan je denkt. Drink dus niet zo maar dat biertje weg, denk even na over wat er in zit. En waar het vandaan komt.
Al een jaar volg je ons. Dat is een verloren jaar geweest. Niet zaniken, je vergooit meer van je leven terwijl je staat te wachten bij de plee. Lees dit en je weet alles wat je moet weten: