Bij deel 1 waren we geëindigd met het bier in je glas. Er zijn nu twee opties: je giet het achteloos in je nek. Doe je dat dan hebben we liever niet dat je dit blog leest, ga weg. Je begrijpt het niet.
Of je gaat even zitten en kijkt een naar het bier. Heel goed, nu ben je onze vriend.
Wat zie je?
Als je een biertje hebt ingeschonken zijn er drie dingen belangrijk:
Schuimkraag
Is die gelijkmatig? Zijn de bubbels allemaal hetzelfde formaat. Blijft je schuimkraag goed staan? Kijk ook naar de kleur, ook daar zit verschil in. En heel belangrijk, laat het schuim een mooi laagje achter op het glas? Dat noemen ze Brussels kant. Als je zo’n mooi gordijntje hebt dan is je bier goed gebrouwen en is je glas schoon.
Kleur
Kleur zegt al het een en ander over je bier. Bier is er in een scala aan kleuren. Die kleuren worden uitgedrukt in EBC (European Brewing Concention). Op zich niet zo heel boeiend, het gaat er immers om dat de kleur overeenkomt met wat je mag verwachten van de stijl. Een pils dat donkerrood is, klopt niet. Dus kijk vooral of de kleur klopt bij de bierstijl.
Daarnaast zegt kleur ook nog iets over het bier. Een heel erg lichtgeel bier zal niet voor een enorme smaakexplosie zorgen.
Helderheid
Is je bier mooi helder? Mooi als dat zo is maar hoort dat ook? Een helder witbier? Daar is wat mis mee. Sommige ongefilterde bieren horen helder te zijn. Maar als ze erg koud zijn hebben ze een waas hebben. Niks mis met het bier, des te meer met de temperatuur. Wij sturen een te koud bier weer terug, net als een te warm bier. In een restaurant eet je ook geen koude biefstuk.
En dan? Dan ruik je!
Bij een goed bier komt je nu een heel scala aan geuren tegemoet. Het is eigenlijk te veel om op te noemen, elk bier heeft zijn eigen palet aan geuren.
Een paar veel voorkomende geuren:
Fruit
Vooral Belgische bieren hebben veel fruit. Dan hebben we het ook meteen over de hele fruitmand. Een Rochefort 10 ruikt naar bananen, vijgen, aardbeien en veel meer rood fruit. Probeer maar eens, een keer en je bent verkocht. Maar ook fris fruit komt voor. Een Amerikaanse IPA ruikt vaak naar citroen, grapefruit of limoen.
Specerijen
Een Hoegaarden witbier ruikt onmiskenbaar naar koriander. Een Leffe blond heeft iets van kruidnagel. Zelfs een pilsener heeft iets kruidigs, steek je neus maar eens in een glas Brand Up, dan ruik je peper.
Hop
Dat is niet lastig, hop zit in vrijwel alle bieren. Maar er zit wel veel verschil in. Een zware trappist heeft andere hop dan een een fris pilsner. Wil je echte pure hop? Dan zal je op zoek moeten naar de 5 am saint van Brewdog. Daar zit vrijwel geen bitterheid in alleen maar hopsmaak en aroma. Het is lastig te krijgen, dat weten we maar doe toch je best maar.
Gist
Gist heeft een specifieke geur, het beste ruik je het in een Saison. Het ruikt naar rijzend brood. Het is lastig uit te leggen maar als je het eenmaal bewust hebt geroken, weet je het.
Mout
Ook dit heeft wat weg van brood. Maar dan brood wat net uit de oven komt. Het ruikt wat zoetig en vol. De meeste donkere trappisten gebruiken veel mout, daar kan je het beste in ruiken.
Ruiken aan je bier is iets wat een tweede natuur moet worden. Hoe vaker je ruikt hoe meer geuren je zult leren herkennen. De geur van bier is zo ontzettend divers dat we echt niet alles kunnen noemen. Het is vaak handig om ook even op internet te kijken. Ratebeer is bijvoorbeeld een goede. Daar schrijven mensen vanuit de hele wereld beoordelingen over het bier. Als je dat leest haal je vaak veel meer uit je bier.
Oké, nog even wachten. Volgende keer gaan we echt een slok nemen. Bier drinken gaat vooral om discipline.
Herfst. Hij begon helaas al op 1 augustus met een regenbui die, met wat tussenpozen, nog steeds aanhoudt. Maar meteorologisch gezien is de herfst pas gisteren begonnen. Voor veel mensen een reden om depressief te worden door het gebrek aan zonlicht. Maar voor ons niet. Wij zaten toch al achter in de kroeg en de herfst is ook het beste seizoen om bier te drinken. Daarom de 10 beste bieren om deze herfst te drinken.
Nu kunnen we natuurlijk gewoon 10 bokbieren nemen maar dat is niet de bedoeling. Het bokbierseizoen is nog niet begonnen en er is ook nog heel veel ander bier dat lekker in de herfst. Dus zet op die muts, trek je dikke jas aan en ga met de hond in het bos door de bladeren lopen. Bij terugkomst drink je
10. Christoffel nobel
De aloude beugelfles van Christoffel, nu gevuld met hun nobel. ‘Dry hopped’. Dat betekent dat er na het brouwen nog hop is toegevoegd voor extra bitterheid en hopsmaak. Dat maakt de Nobel wel bitter maar een echte hopsmaak, zoals bij een IPA, zit er eigenlijk niet in. En er is meer dat je er niet uit haalt, zoals het alcoholpercentage van 8.7%.
Door de kleur moet je toch steeds een beetje aan een tripel denken. Maar hij is niet zoet en heeft ook niet het verfrissende van een Tripel. Toch komt deze nobel in de lijst want de geurigheid en de sinaasappelsmaak maken hem kruidig en warm genoeg voor de herfst.
9. La Chouffe IPA
Omdat schaamteloos meeliften op de IPA hype gewoon moet kunnen.
Omdat een IPA altijd lekker is.
Omdat het in de Ardennen altijd herfst is.
Omdat de herfst ook best een beetje bizar mag zijn.
Omdat we gewoon pro kabouters op een bieretiket zijn.
Omdat het toch een La Chouffe is
8. Brugse Tripel
Een goeie Tripel is kruidig en warm. Blond en zoet. Fris en zurig. Precies een Brugse Tripel. Als je hem lekker vindt kun je het bijbehorende glas kopen want daar past hij toch wel erg goed in. Gelukkig niet te fris voor de herfst maar juist hartverwarmend genoeg.
7. Rochefort 10
Nu krijgen we natuurlijk het Front Rochefort 10 Is Altijd Lekker voor de deur om de ruiten in te gooien. Ja, een Rochefort 10 mag je altijd drinken. Maar feit is dat een Rochefort in de herfst veel lekkerder is dan in andere seizoenen. In het najaar ben je ook altijd wel een keer ziek en dan neem je een Rochefort 10. Die zoetigheid en toch een mooie balans. Die geur die zoveel belooft! Dat fruit en die heerlijke afdronk. Moeten we nog doorjubelen? Nee natuurlijk niet. Niet te vaak maar wel op het goede moment. Dat is een Rochefort 10.
6. Een mooie Imperial Stout
We hebben de laatste tijd zoveel goeie Imperial Stouts geproefd dat we geen advies meer durven te geven. We kunnen wél zeggen dat ze allemaal goed passen in de herfst. Vooral met chocola natuurlijk maar ook als aperitief. Voordat je begint aan die reerug en nog niet helemaal toe bent aan zoet en donker bier. Of op die mooie zonnige herfstdag. Dat je nog net eventjes buiten in de zon kunt zitten. Een mooi moment voor een Imperial Stout moet je niet laten schieten. Daar krijg je spijt van.
Oke, als je het echt wilt weten. Ga op zoek naar een Black Damnation van de Stuise brouwers. Niet te vinden maar als het lukt, gewoon alles kopen wat je vindt.
5. Hoegaarden Verboden Vrucht
Ach, dat gezeur met die kleine brouwerijtjes altijd. Wij gaan gewoon voor Inbev met Hoegaardens Verboden Vrucht. Inmiddels een klassieker onder de zware bieren want hij gaat al decennia mee. En waarom dan juist in de herfst? Nou, hij is erg zoet, erg fruitig en erg warm.
Na een slok Verboden Vrucht glij je gelijk weg naar een blokhut met een knapperend haardvuur erin. Terwijl je wacht in je wollen trui tot de zojuist geschoten haas wordt geserveerd, neem je nog een slok. Donker, zoet, warm, kruidig. Het is herfst.
4. Alfa Super Dortmunder
Stiekem houden we natuurlijk wel van kleine brouwerijen en dus drinken we een Super Dortmunder van Alfa. Misschien wat minder uitgesproken dan zijn populaire neefje bij Gulpener maar toch ook die typische Dort-smaak. Een lichte en warme smaak. Met 7.5% niet te zwaar om er nog een te nemen.
Volgens Alfa zelf trouwens wel het zwaarste ondergistende bier. Dat nemen we dan maar aan terwijl de regen tegen de ramen waait. Goed herfstbiertje!
3. La Trappe Dubbel.
Dit is de beste Dubbel die er is. Andere jaargetijden kunnen hem ook hebben maar in de herfst is hij thuis. Wel de zoetigheid maar met een randje. Met een lekker bittertje, dat afdronkje wat je zo mist bij de mierzoete concurrentie.
Een La Trappe Dubbel drink je omdat je zojuist doorweekt bent van de regen en toch blij bent dat het weer herfst is. Je ruikt het, je proeft het. La Trappe Dubbel is thuiskomen.
2. Bokbier
Daar is hij dan. Toch een bokbier. Robijnrood, zoetig en warm, maar niet te. Het enige echt Nederlandse speciaalbier. Een kruimeltje biercultuur dat de pilstsunami heeft weten te overleven. Leuke glazen erbij. Het herfstbier bij uitstek. Maar niet op nummer 1.
Want hij verschijnt al in september. En ze maken hem ook hooggistend en dat mag niet van ons. En ze rommelen er teveel mee door hem veel te zoet te maken. Of teveel op een dubbel te laten lijken. Of te zwaar te maken. Jammer voor de goeien onder het bokbier maar voor straf naar nummer 2.
1. Cuvée de CineyBrune
Een klassieker. Lekker warm. Lekker bruin. Lekker Robijnrood. Lekker Waals. Wel wat zwaarder maar niet gelijk een bom. Een heerlijk bier voor in de herfst. Wel zoetig maar niet alleen maar zoet.
Alle associaties kloppen met een Ciney Brune. De bossen van de Ardennen. Je zou willen dat je er was met je Ciney. Wandelen tot in de middag en dan een Ciney en een sigaar. Langzaam verdwijnt de kou op je wangen en ga je nadenken wat je wilt gaan eten. Nadenken? In de herfst gaat dat beter met nóg een Ciney. Blij dat de zomer voorbij is.
Je wilt wel maar je weet niet hoe. Elke week lees je met veel plezier dit blog en elke week voel je je een beetje een beginner. Bier drinken op niveau dat is wat je wilt, net als bestetotnutoe. Maar hoe doe je dat? Gelukkig zijn wij niet hautain en doen wij niet uit de hoogte, we zijn immers geen wijndrinkers. Bierdrinkers zijn vrienden, geen onderscheid, allemaal samen.
Kortom, tijd om te leren hoe je bier drinkt.
Stap een: Wat is bier?
Bier bestaat over het algemeen uit vier ingrediënten: water, mout, hop en gist. Water zorgt dat je het bier kunt drinken, maar doe er niet te makkelijk over. Water heeft wel degelijk invloed op de smaak van bier. India Pale Ale smaakt het beste als het gebrouwen is met hard water, een pils heeft liever een zacht watertje.
Mout zorgt voor de body van het bier. Daar zitten de vergistbare suikers in die zorgen voor de alcohol. Mout zorgt voor de zoetigheid in bier, soms smaakt het zelfs een beetje naar brood. Mout proef je dus als een zoete smaak in je bier maar ook als mondvolheid. Dat je het niet zo snel kunt drinken.
Hop, voor veel bierdrinkers het magische ingrediënt. Hop zorgt voor de typische bitterheid van bier. Een tegenwicht voor de mout dus. Maar geeft ook die heerlijke hopgeur af. Dat heerlijke aroma. De laatste jaren zijn brouwers veel meer aan het spelen met verschillende hopsoorten. Vooral sterk gehopte bieren zijn in opkomst.
En dan het echte magische ingrediënt: de gist. Zonder gist geen alcohol en dus ook geen bier. Gist is er in ontelbaar veel verschillende soorten. Gist zelf proef je niet in bier maar gist maakt de tienduizenden verschillende smaakelementen aan die uiteindelijk bepalen wat je proeft. Voor bier zijn er twee hoofdgroepen: Boven- en ondergist. En ja, het is zo simpel. Bovengist vergist bovenin het bier en ondergist onderin het bier. Zie je wel, bier houdt van simpel.
Deze ingrediënten worden tijdens het brouwproces samen gebracht tot een geweldig biertje.
Stap twee: Je hebt je bier en dan?
Het merendeel van de bieren kan en hoef je helemaal niet te bewaren, gewoon opdrinken dus. Waarin? In een glas, maar wel het juiste glas. Er zijn ongeveer net zoveel verschillende bierglazen als dat er bieren zijn. Als je weinig ruimte hebt, koop dan een tulpglas. Door zijn vorm houdt hij het schuim goed vast. De bovenkant loopt eerst iets naar binnen wat de geur goed tot zijn recht doet komen. Daarna loopt hij iets naar buiten, dat drinkt makkelijk en zorgt dat het bier zich verspreidt in je mond.
Stap drie: Je hebt gedronken en dan?
Schenk er nog een in zou ik zeggen. Maar als je echt goed wilt proeven, let dan op de volgende dingen:
- Ziet je bier er wel goed uit? Zoals je het verwacht? Mooi schuimkraagje enzo?
- Ruikt je biertje lekker? Bier moet lekker fris ruiken en al veel over de smaak verklappen
- Proef je de mout? Herken je een soort graansmaak? Dat heet moutigheid.
- Is je bier zoet of niet? Eigenlijk is bier bijna altijd zoet maar door de bittere hop proef je dat niet altijd
- Is je bier een doordrinker of juist een langzame genieter?
- Hoe is de hop? Ruik je het aroma? Proef je de bitterheid? Wat proef je het beste?
- De nasmaak. Heel belangrijk. De nasmaak kan een bier maken of breken.
OK, het is misschien wat veel in een keer maar doe rustig aan. Je kunt altijd nog een flesje inschenken.
Later meer over hoe je nou echt bier moet drinken. Voor je het weet hebben we je aan de enorme heftige Russian Imperial Stout.
In Nederland hebben wij een heuse bierconsumentenorganisatie: de Pint. Zij zetten zich in voor de promotie van traditioneel bier. Die promotie doen zijn in alle lagen van de bevolking. Zo organiseren zijn in oktober een echt symposium. Je kent het wel, veel belangrijk kijkende gasten met blocnotes en nog belangrijker kijkende sprekers met een powerpoint presentatie. Het symposium gaat dit jaar over vrouwen aan het bier.
Alle mannen in de hoogste boom. Vrouwen aan het bier? Dan is er minder voor ons!!! Laat ze lekker aan hun breezers en hun witte wijn. Hoho, jongens even een stapje terug. Er is namelijk een bijzonder goede reden om je vrouw aan het bier te krijgen. In hop zit fyto-oestrogeen, en die zorgen voor grotere borsten. Tenminste, dat is wat alle borstvergroot-pillen claimen. Dus hou maar op met rare pillen en ander voedingsupplementen. Meer bier is meer borst. Vrouwen aan het bier is dus helemaal zo gek nog niet.
Helaas zit er een vervelend staartje aan dit verhaal. Fyto-oestrogeen maakt geen onderscheid tussen mannen en vrouwen. Dus als je echt grotere borsten krijgt van hop dan geldt het ook voor mannen. Sterker nog, supplementen op basis van hop worden veel gebruikt door transsexuelen om vrouwelijkere vormen te krijgen.
Verdomme, dat is niet goed. Wanhopig sta ik voor de spiegel. Vrouwen aan het bier en mannen aan de breezers? Weet je wat, ik ga gewoon niet naar dat symposium. Ik trek thuis nog een biertje open en ik vertel mijn vrouw niks. Wat niet weet wat niet deert. Ook een biertje, schat?
Bij bestetotnutoe hebben we het vaak over eten en bier. Meestal maken we het ons dan makkelijk en kiezen we voor de hand liggende recepten als de fameuze barbecue-gids of gaan we los met vlees. Maar deze keer hebben we het over een wat minder voor de hand liggende combinatie: bier met chocolade.
We kregen de kans om uit te zoeken hoe chocola bij bier past. Niet met een plakje Verkade natuurlijk maar met echte topchocolade. Pimm en Marcel, twee ambitieuze chocolatiers van Vanderdonk fine chocolates, hadden truffels gemaakt. En wij zouden voor het bier zorgen.
Met mensen die van eten en drinken houden beleef je nooit een saaie avond. Maarja, je kan niet met een kratje pils aan komen zetten. Dus hadden we nagedacht over wat een goede combinatie zou kunnen zijn met chocola. Het moest in ieder geval bier zijn met een sterke smaak, om op te kunnen tegen de kracht van chocola. Daarnaast moest de smaak van het bier aansluiten op die van chocolade.
Een mooie combinatie met chocola is natuurlijk fruit. Kersen bijvoorbeeld. Dus hadden we kriek meegenomen. Maar kriek is veel te zuur om samen te gaan met chocola. Dat viel dus een beetje tegen. Het ging al veel beter met een aardbeienbier. De wat limonade-achtige smaak van dit bier ging goed samen met de chocola.
Rochefort
Ook redelijk voor de hand liggend zijn de wat zwaardere bieren. Een absolute topper is natuurlijk Rochefort. De zware, zoetige smaak van deze trappist is een goede combinatie met chocola. Vooral omdat Rochefort een duidelijke fruitsmaak heeft. We probeerden Rochefort 8 en 10. Al bijna gelijk bleek dat eigenlijk alleen een 10 echt is opgewassen tegen de truffels van Marcel en Pimm. De Rochefort 10 is dan ook wel een hele goede partner van chocola.
Voor de beste combinatie van bier en chocola heb je een goeie stout nodig. De droogheid van een stout, samen met de bitterheid en de aroma van de hop, past gewoon perfect. Als je het over twee smaken hebt die elkaar echt versterken, dan heb je het over stout en chocola. Bij elke hap wil je een slok en na elke slok neem je nog een hap chocola. Rasputin Een echte instant-klassieker is de Rasputin Russian Imperial Stout, van een van de beste brouwerijen van dit moment: De Molen uit Bodegraven. Wat betreft een droge smaak en de hop zit je wel goed met de Raputin: dit is een goede partner voor een goeie hap chocola.
Espresso
Om alles nog iets interessanter te maken dronken we ook een Espresso Oak Aged YETI van de Great Divide. Het is een Amerikaans bier en dat proef je ook. Een mooie afgeronde smaak met veel citrusachtige hop. De brouwer heeft er ook een flinke scheut espresso bij gedaan, en dat proef je. Koffie en chocola is natuurlijk al een mooie combinatie. Gooi er dan nog eens een mooie stout tegenaan en je bent helemaal klaar.
Black Damnation
Ook zeker een mooie stout, is het moeilijk verkrijgbare Black Damnation. Dit is een stout van De Molen en de Struise Brouwers. De krachtige caramelsmaak is erg droog. En vooral de hoppigheid is fantastisch. Niet alleen is deze stout goed bitter, ook het hoparoma is erg sterk. We kunnen ons zelfs voorstellen dat je dit bier een beetje te sterk vindt om zomaar te drinken, net zoals je chocola met meer dan 80% cacao niet zomaar eet. Maar Black Damnation en chocola! Dat is een ongehoord goede combinatie. Deze stout blijft moeiteloos overeind en wordt eigenlijk alleen maar lekkerder als je er chocola bij eet.
Conclusie: chocola en bier is een prima combinatie, vooral als nagerecht. Daar kun je dan een zwaar en zoet bier voor gebruiken maar echt feest wordt het pas met een goeie stout. En daarbij geldt: hoe sterker van smaak, des te beter.
Na onze onderzoeken bij de Germaansche literknallers gaan we nu een stapje hoger in de retail. Naar de Jumbo, die snelgroeiende successupermarkt. Waar de Lidl en Aldi een beetje Duits kil en afstandelijk zijn, is de Jumbo natuurlijk die gezellige Brabo. Geen in het gelid marcherende medewerkers maar cassiéres met een rappe tong en een zachte g, koffie en altijd een kwartier te laat komen. Gezellig.
Maar we zijn er niet voor de gezelligheid, we komen voor het bier. Zoals je mag verwachten heeft de Jumbo een mooie collectie bieren. Wij hebben daar een mooie selectie uit gekozen, tenminste dat dachten we. Want tot onze verrassing vonden we een scala van ons onbekende bieren. Dat komen we niet zo vaak tegen dus dat vonden we leuk.
We keerden huiswaarts met een Weizen van Willianbräu, een Damburger export, een Lager ook weer van Willianbräu en een Belgisch pils van Martens waren onze buit. Om het helemaal af te maken kochten we er ook een Pools pils bij, een Gronie van brouwerij Tyski.
Willianbräu Lager beer
Veeltalig halve liter blik met drukke en goedkoop aandoende opdruk. Net als Heineken in het midden van het logo een soort medaille met de tekst ‘bier prix’. Men heeft blijkbaar alvast ruimte gereserveerd voor een mooie bierprijs. Maar wij kunnen ons niet voorstellen dat dit bier een prijs krijgt. Of het moet het concour d’honneur van de AA zijn vanwege de inspanningen om de bierliefhebben van het drinken af te houden.
Want Willianbräu smaakt namelijk nergens naar. Het is waterig en flauw. Je ruikt ranzige hop en die proef je helaas ook. Stel je vloeibaar bordkarton voor dan kom je in de buurt van de Willianbräu.
Het etiket is overigens wel het lezen waard. De meeste pilsen die wij drinken zijn Cat. (categorie) I. Deze is echter cat. III. Dat betekent dat het stamwortgehalte maximaal 7 is, in plaats van minimaal 11. Het stamwortghalte geeft aan hoeveel suikers er in de wort achterblijven na het koken. Dat is bij dit bier blijkbaar niet al teveel. Beetje bezuinigd op de mout? Leuk detail: Bavaria Malt is ook categorie III. Aan een Bavaria Malt zit echter wel meer smaak.
Damburger export
Duits aandoend blik. Brauerei Martens Bocholt prijkt fier op het blik. Het kwam ons toch ergens bekend voor. Maar ja, eerst maar proeven. Deze export was wel al opgeschaald, een categorie II maar liefst. Dat kon niet mis. Helaas bleek dat een misvatting. Damburger export is namelijk ronduit smerig. Stel je de ochtend na konningedag voor, adem dan eens goed uit. De smaak die je dan in mond hebt is zo’n beetje hoe Damburger Export smaakt.
Martens Premium Pilsner
Ah, een kwaliteits Pilsner dit keer. Een heuze premium. Na zo veel ellende waren we wel toe aan iets lekkers. Martens Premium Pilsner valt in categorie I. Eindelijk zitten we weer in de juiste categorie. Kleur was oke, wellicht iets te licht maar daar komen we wel overheen. Mooie schuimkraag ook, precies wat je wilt in een pils. Visueel niks op aan te merken dus.
Zoals het hoort bij proeven steken wij eerst ons neus er in. Hier kwam ons alweer geur van post-Koninginnedag tegemoet. Wat?! Dit ruikt exact als de Damburger export. Na een snelle slok werd ons langzaamaan iets duidelijk. Dit Premium Pilsner leek verdacht veel op de Duitse Exporter. Iets meer alcohol maar dat was dan ook het enige. In diepe teleurstelling grepen we naar de volgende fles.
Willianbrau Weizen
Even genoeg van het pils. Een mooi Duits witbier. Niet zo spannend maar wel degelijk. Ook dit bier heeft een prijs op haar naam staan, ook hier niet duidelijk wat voor een prijs. Maar een medaille op je blik is niet verkeerd. Wat er in je blik zit moet dan wel goed zijn. Maar de tsunami van teleurstelling was nog niet over. De ranzige smerigheid die we de hele avond als hadden moeten doorstaan bleek ook doorgedrongen tot dit Weissbier. Het bekende bordkarton had hier weer de overhand.
Nu waren we er wel klaar mee. Genoeg van deze ellende. Waar komt dit uilenzeik vandaan? Martens Premium Pilsner, Damburg van Brauerëi Martens en de Williansbräu: allemaal dezelfde smaak. En allemaal even smerig. Hm, een patroon ontvouwt zich. En de naam Martens komt wel regelmatig voorbij. Tijd voor onderzoek.
Martens blijkt de tweede brouwerij van Belgie te zijn. Niks Duvel of Palm, nee deze leverancier van derderangs pulpbier is een vlaggedrager van de Belgische biercultuur. En wat brouwt Martens dan? Precies, het ‘Duitse’ pils, Weizenbier, de Export en het Premium Pilsner. Dezelfde brouwerij en dezelfde vieze smaak.
Marketingtechnisch heeft Martens hier wel een troef in handen. Je brouwt een premium bier wat je overhoudt noem je Duits export of pils. Wat je dan nog uit de bodem van het vergistingsvat weet te wringen noem je Weizenbier. Laten we maar zeggen dat ze weinig restbier overhouden.
Tyskie Gronie
Het laatste bier van de proeverij. Pools en stevig in de alcohol, 5,6%. We zijn uiteraard op ons hoede en zoeken eerste de brouwerij op het blik. Ook hier is de waarheid weer niet zoals het lijkt. Ons Pools Pils komt bij Grolsch vandaan. We hebben echter wat meer vertrouwen in de brouwkunsten van Grolsch dan van een Belgische pilsbrouwer.
Mooie goudblonde kleur, en een imposante schuimkraag. De geur is lekker hoppig, precies zoals we een pils graag hebben. De smaak is uitstekend, niet zo moutig en lekker bitter. We beginnen te begrijpen waarom de Polen altijd dronken zijn. Het doet ons een beetje denken aan een mooi Tsjechisch pils. Die zijn erg lekker en knap gemaakt. Polen bij de EU, wat ons betreft een uitstekende aanwinst.
We keken ook nog even naar het etiket. Jammer: ook hier weer van die medailles met zogenaamde bierprijzen. Net als bij de Martens-troep. Maar wacht eens even… Dit waren echte medailles! Tyskie heeft echt bierprijzen gewonnen. In Brussel en in Australië hebben ze gewoon de eerste plaats gepakt in een bierwedstrijd. Internationale erkenning. Dat zien we Martens voorlopig niet doen.
Bij de Jumbo kun je gewoon bier krijgen als Heineken en Grolsch en Palm enzo. En ja, Bavaria natuurlijk. Kun je geen buil aan vallen. Wil je exotisch gaan, doe dan niet té goedkoop. Dat bespaart je veel vies bier. En let vooral op het etiket en kijk of de bierwedstrijdmedailles wel echt zijn. Dan kun je leuke dingen tegenkomen.
Bier, basis voor de beschaving!! Laten we er geen doekjes meer omheen winden. Zonder bier liepen we allemaal op vier poten en droegen we nog een rieten rokje. Zonder bier was er nooit een beschaving geweest.
Lang, lang geleden (nog heel ver voor christus) waren we jagers en verzamelaars. We renden achter een hert aan totdat we niet meer konden, onze vrouwen verzamelden in de tussentijd wat bessen en groenvoer. En dat dag in dag uit, niks geen 36 urige werkweek met goede secundaire arbeidsvoorwaarden.
Dat ging lange tijd door totdat iemand er achter kwam dat je van sommige grassoorten een soort van brood kon bakken. Er is lang gedacht dat dit het begin van de beschaving was. Jagende mens wordt een broodbakkende mens. Dan hoef je niet urenlang achter een rund aan te hollen, dan verbouw je wat gerst.
Dus brood als basis voor de beschaving? Nou nee hoor. Er is zijn steeds meer aanwijzingen dat het brood niet gegeten werd maar gebruikt werd om bier mee te brouwen. Door het gras (granen) in een brood te verwerken komen de voedingsstoffen van het graan vrij. Dat in combinatie met gist zorgt voor? Juist: bier.
In het oudste bekende recept ter wereld, je raadt het al dat is een bierrecept, komt een broodsoort voor: Bappir. Het is inmiddels wetenschappelijk bewezen dat Bappir nooit gegeten werd. Het was puur en alleen voor het brouwen. Dit recept is trouwens verwerkt in een geweldig gedicht: hymne aan Ninkasi.
Een ander episch, en nogal oud gedicht is het Gilgamesh epos. In dit epos krijgt Enkidu (een wildeman) bier te drinken. Na dit drinken werd hij kalm en geciviliseerd. Dat herken je vast wel in jezelf, op vrijdagavond in de kroeg. Wat ons, en meerdere wetenschappers, betreft nog een goede aanwijzing dat bier aan de wieg van de beschaving heeft gestaan.
Eindelijk is er wetenschappelijk bewijs voor wat je eigenlijk altijd al wist: beschavingen zijn gebouwd op bier. Hoe moet je anders je stoffige keel smeren bij het bouwen van je piramide of ziggurat? Met bier heeft de mensheid het beste uit zichzelf gehaald.
Overigens: de bierconsumptie van onze ‘beschaving’ daalt al jaren…
Twee weken geleden blogden we over bier bij de Lidl. Met daarbij de aankondiging dat we naar de Aldi zouden gaan. Gelijk regende het waarschuwingen. Ten eerste zou de Aldi inferieur zijn aan zijn Duitse soortgenoot (Antonie), ten tweede werd de winkel gleleid door de SS (Bus_Showfeur) en ten derde kon je er beter kaas en kattevoer gaan halen dan bier. Als ze er al überhaupt iets hadden (Jack Nouws).
Dat beloofde wat. Trillend van de zenuwen stond ik voor de Aldi. Mezelf kalmerend met de zekerheid van een Germaans uiterlijk stapte ik uiteindelijk toch naar binnen. In dit laatste stukje nazisme in Nederland, op zoek naar een lachende medewerker. Uiteindelijk zag ik iemand die ogenschijnlijk niet gebukt ging onder de ijzeren laars van de enig overgebleven broeder Albrecht.
Met een knipoog zei ik tegen de jongen dat het zo zonde was dat de boom van Anne Frank was omgewaaid. Hij zou de hint natuurlijk meteen begrijpen en als hij het ook jammer zou vinden, zou ik een verzetsstrijder hebben gevonden. Maar in plaats daarvan wees hij me vriendelijk naar waar het bier stond opgestapeld. Arme jongen. Gehersenspoeld of gewoon bang? Ik durf het niet te zeggen.
In deze Orwelliaanse sfeer wachtte bij het bier alweer een teleurstelling. De gelijkgeschakelde biervoorraad van de Aldi telt precies twee soorten: Schültenbrau pils en rosébier. Rosébier drinken we niet en liep ik weg met het huismerkpils. Eerst nog even langs de kaasafdeling voor de oude kaas van Jack. En daar zag ik eindelijk een lichtpuntje in de duisternis: abdijkaas. Uit België, nota bene. Dat hadden ze vast niet in de oorlog. Enigszins opgelucht door het beeld van Aldi-medewerkers die na de slavenarbeid abdijkaas konden eten om hun mensonterende werkomstandigheden te vergeten, liep ik naar de kassa.
Vergeleken met de Lidl, die fijne vrije collegapaupersuper, is het bieraanbod van de Aldi dramatisch. Het is net Oost-Duitsland tegen West-Duitsland. En als je dan je Schultenbraü opentrekt heb je toch het idee dat je een Trabant zit te drinken terwijl je Lidl-buren kunnen kiezen uit een Opel of Volkswagen. Niet zo goed voor je drinkervaring.
Objectief gezien is een Schultenbraü, in tegenstelling tot een Trabant, helemaal niet zo slecht. Verwacht geen A-merk kwaliteit maar het kan er best mee door. Niet echt waterig maar wel weer niet smakeloos genoeg om niet vies te kunnen zijn. Eigenlijk een mooie indicatie van alle dingen die je bij de Aldi kunt kopen.
Op één uitzondering na.
Bedankt Jack. De oude kaas is heel goed te doen. Beetje droog aan de randjes maar verder minstens zo goed als Old Amsterdam. Waarvan ze zo schaamteloos de verpakking hebben overgenomen. De abdijkaas was net Schultenbraü: smakeloos genoeg om niet vies te zijn. Maar die oude kaas is een gedurfde smaakbeleving voor Aldi-begrippen.
We moeten de Aldi niet boycotten, zoals Bus_showffeur wil. We moeten af en toe controleren of de medewerkers er nog wel lachen. Of we het verzet moeten steunen. Spreek dus een medewerker aan en vraag waar de oude kaas ligt. En doe dan net als ik, zoek naar sporen van verzet. Kan je daarna naar de Lidl om lekker goedkoop bier te scoren.