Twee brouwerijen
Naast elkaar in het saaie West-Vlaamse landschap staan de abdij van St. Sixtus en de brouwerij van St. Bernard. In alle rust brouwen ze daar allebei hetzelfde bier. Zinloos, zou je zeggen, maar dat is niet zo. Het bier van St. Sixtus heet Westvleteren en staat bekend als het beste bier ter wereld. En St. Bernard brouwt St. Bernardus en dat is een algemeen verkrijgbaar, doodsaai Belgisch abdijbier. Grote verschillen dus voor een identiek bier.
Zoals je misschien wel weet is Westvleteren trappistenbier en helemaal niet algemeen verkrijgbaar. De monniken van de abdij brouwen maar kleine hoeveelheden en dat moet je ook nog aan de poort komen halen. St. Bernardus is abdijbier en wordt niet gebrouwen door monniken maar door doodnormale werknemers. Hoe komt het dan dat deze brouwerijen een identiek bier brouwen?
Net na de Tweede Wereldoorlog besloot de Abt van St Sixtus alleen nog maar bier te brouwen voor intern gebruik. Voor de ongelovigen werd het bier in licentie gebrouwen door de brouwerij St Bernard. De brouwmeester van St Sixtus stapte toendertijd over van het klooster naar de commerciële brouwerij. Tot 1992 brouwden zowel het klooster als de brouwerij hetzelfde bier. Toen stelden de trappistenkloosters dat alleen producten vervaardigd binnen de muren van een klooster het officiële Trappistenkeurmerk kregen. De monniken begonnen toen op zeer kleine schaal te verkopen. Prompt wordt het bier uitgeroepen tot beste bier ter wereld.
Nu is er dan ook een wat merkwaardige situatie ontstaan. Twee bieren met dezelfde geschiedenis en achtergrond. Een ervan is niet te krijgen en uitgeroepen tot beste bier van de wereld. De ander is goed verkrijgbaar maar grijpt naast de begeerde titel. Is dat terecht? Tijd om een winnaar te kiezen voor deze Titanenstrijd. Is Westvleteren beter dan St Bernardus?
Westvleteren 12
Westvleteren 12 is donker robijnrood. Veel koolzuur en veel schuim. Het fruit en de hop gieren je tegemoet als je inschenkt. Heerlijk. De eerste slok is werkelijk een openbaring. Alles draait en danst door elkaar. Alcohol, mout, hop, zoet, bitter, fruit het een loopt over in het ander en vloeit net zo makkelijk weer terug in elkaar. De alcohol is verwarmend naar niet overheersend. Werkelijk een magistraal bier.
St Bernardus Abt
St Bernardus Abt lijkt zoals verwacht sprekend op de Westvleteren. Het is dezelfde ervaring bij het drinken. Ook hier kolken de smaken door je mond. Het lijkt wel alsof de St Bernardus iets kruidiger is. Er schiet een hint van kruidnagel doorheen. De St Bernardus is misschien iets afgeronder dan de Westvleteren.
Beide bieren zijn gedronken en de titanenstrijd komt tot een eind. Bestetotnutoe roept een winnaar uit!
Gelijkspel
Helaas, we moeten je teleurstellen. Er is namelijk helemaal geen winnaar. De bieren zijn allebei geweldig. Met heel veel moeite, echt heel veel moeite, haal je er verschillen uit. En maken die verschillen het ene bier beter dan het andere? Nee totaal niet. Ze zijn echt allebei even goed.
En zo eindigt de Titanenstrijd tussen het makkelijk verkrijgbare St. Bernardus en de door de monnikenhand gemaakte Westvleteren in een lullig gelijkspel. Maar met twee zware Belgische topbieren is er natuurlijk weinig reden tot klagen.
Let op kroegbazend Nederland! Heineken zet een sociaal spionagenetwerk op om te controleren of u wel echt heerlijk helder Zoeterwouds bier tapt. Zo niet, dan blijft u achter met een leeg café en een dagvaarding. Eigen schuld. Moet je maar niet onder wurgcontracten uit willen kruipen.
Wij als ultrakritische weblog denken natuurlijk altijd door. Wat zit hier achter? Waarom zou een café geen Heineken willen verkopen? Twee redenen:
1 – Ander bier is goedkoper
2 – Ander bier is lekkerder
1. Het prijsverschil tussen bier in de horeca en in de supermarkt is nergens zo hoog als in Nederland. Dat is ook logisch want brouwerijen kunnen vragen wat ze willen voor hun bier. Dat zit zo: als beginnend café betaalt een brouwerij de inventaris voor je. In ruil krijg je een wurgcontract waarbij je alleen bier van die brouwerij mag verkopen. En dat is dan natuurlijk niet goedkoop.
2. Het andere probleem is natuurlijk dat blijkbaar niemand het verschil proeft tussen Heineken en een willekeurig goedkoop bier. Dat zou ons nog het meest zorgen baren als brouwerij. Feitelijk geeft Heineken met deze actie toe dat hun product niets meer is dan de marketing erom heen en dat hun klanten zonder problemen een derderangs pils achterover slaan terwijl ze denken dat het een echte Heineken is.
Volkomen verziekt
De markt voor pils in Nederland is volkomen verziekt. Marktleider Heineken is beter in het voeren van rechtszaken dan in het brouwen van bier en daarmee houdt het de horeca in een wurggreep. Er is geen prijsconcurrentie en cafés zijn verplicht hun klanten de supermarkt in te duwen. Geen wonder dat de Vereniging van Boze Bierdrinkers met een Baard vindt dat het afgelopen moet zijn met de contracten tussen bierbrouwerijen en de horeca.
En wij zijn het daar mee eens! Sterker, wij willen er ook wat aan doen. Gansch het raderwerk staat stil als de bierglasdragende rechterarm van de bierdrinker het wil! We gaan niet biergestapootje spelen voor Heineken maar we gaan stoppen met pils drinken in de kroeg.
We drinken in de kroeg Palm, Koninck, een trappistje of wat dan ook. Liefst iets van een klein brouwerijtje zonder macht natuurlijk. Maar als dat niet kan iets anders dat geen pils is. Staakt pilsdrinkers, staakt! We drinken de Zoeterwoudse advocaten kapot.
Proost.
Drink je speciaal bier? Dan hou je van Michael Jackson. We zeggen het er nog maar even bij. Niet die Michael Jackson, die andere. Die dikke bierdrinkende Engelsman die nog wel gewoon een neus had. Iedereen die ook maar een beetje van speciaal bier houdt, heeft minstens een boek van hem in zijn kast staan. Hij heeft zo’n beetje eigenhandig het speciaalbier uit het slop getrokken.
Boeken, tv shows, tijdschriften en lezingen. Elke kans greep hij aan om te praten over bier. En met succes, heel groot succes. De omzet van speciaal bier groeit jaarlijks met tientallen procenten. Niet volledig toe te schrijven aan Michael Jackson maar zonder hem waren we niet waar we nu zijn.
Hij is in 2007 overleden aan Parkinson. Een groot verlies voor elke bierliefhebber. Sinds zijn dood zijn er plannen om een documentaire over zijn leven te maken. In 2010 zou die in première gaan. Tuurlijk duren dat soort dingen langer dan je denkt. Maar het duurt nu wel erg lang. Vier jaar lang en nog niks.
En uiteindelijk draait het, zoals bij alles, om geld. Een goede docu kost geld. En dit moet een zeer goede docu worden, dus dat kost wat. En dat geld, dat is er niet. Nog niet tenminste. Gelukkig kan jij je steentje bijdragen. Via het gemak van internet. De makers van de documentaire hebben een site over waar ze mee bezig zijn. Nieuws, achtergrond en van die dingen. En met een donatie knop. Met een simpele druk op een knop doneer je tien dollar en ben je onderdeel van een historische documentaire.
Doneer nou maar gewoon. Dan komt die film eindelijk. Geloof ons, Michael Jackson is de moeite waard. Op Youtube kan je nog wel wat oude afleveringen van zijn tv serie The Beerhunter terug vinden. De liefde en passie stralen uit elke aflevering. Wel in Britse onderkoeldheid maar dat maakt het eigenlijk alleen maar leuker.
Weet je, als jullie doneren en die docu komt, dan organiseren wij een film avondje. Met bier.
Hayo en ik zijn echte bloggers: we komen liever niet van de bank af. Maar toen groentegoeroe Okke ons uitnodigde om bij hem in Berlijn bier te gaan drinken, wilden we wel in beweging komen. Op naar Berlijn voor een veldonderzoek.
We waren wel een beetje sceptisch want Duits bier. Dat is toch meestal inwisselbaar pils, afgewisseld met inwisselbaar donker bier. Best goed maar oersaai. Maar kleine brouwerijen maken vaak leuker bier dan grote. Is dat in Berlijn ook zo?
Ja
In het kort: ja en ja. Bier drinken in Duitsland is toch vooral veel drinken. En dus gaat alles per halve liter. In de kroeg maar ook op straat, in blik en in flessen. Duitsers zijn niet op zoek naar kwaliteitsbier. Maar dat kun je ook niet van ze verwachten.
Want Duitsers drinken hun bier niet zoals liefhebbers dat doen: ruiken en nadenken over de slot die je neemt. Ze sjouwen gewoon overal rond met hun bier en lurken aan een flesje of blik. Of ze zitten in de kroeg hun halve liters weg te drinken. Allemaal pils en af en toe een Dunkel.
Bier drinken in de tram In Berlijn is dat niet anders. Of misschien juist nog wat meer dan elders. Dingen die hier echt niet kunnen, zoals bier drinken in de tram, kan daar gewoon. ‘Ja, in Nederland mag je overal blowen, dat is pas raar’, zeggen ze dan. Op zich zit daar wel wat in.
En die kleine brouwerijtjes dan? Die doen er gewoon aan mee. Ook veel en in grote glazen. Maar dan net anders. Net als overal durven kleine brouwerijtjes meer. We hebben, zover we weten, bijna alle brouwerijen bezocht en bijna allemaal maakten ze iets speciaals. Zoals een heel bijzonder pils. Of een rauchbier dat wel lekker is.
Smaaklaboratorium
En zo vervullen ook in Berlijn de kleine brouwerijen de rol die kleine brouwerijen overal vervullen: het smaaklaboratorium van de biercultuur. Micro-brouwerijtjes passen binnen de biercultuur maar nemen wel hun eigen, typische plaats in.
Er was wel een uitzondering. Brewbaker, een brouwerij in een overdekte markt. Die brouwt ook niet-Duitse stijlen als IPA’s. Voor ons wel even een opluchting na al dat pils. Leuke brouwer ook. Liet ons proeven van bier dat nog niet af is en vertelde veel over zijn brouwerij.
Maar daarin was Brewbaker weer geen uitzondering. Overal waar mensen op kleine schaal voedsel produceren, ontmoet je enthousiasme en liefde voor hun product. In een micro-brouwerij is het nooit moeilijk om aan de praat te komen. Gewoon aan de brouwer vragen hoe het gaat en je bent een uur lang voorzien van gespreksstof en gratis bier.
Goed, leuke stad, Berlijn. Vraag me af waar we nu naartoe moeten. Iemand suggesties?
Hayo: Struise Brouwers Tsjeezus Reserva. Zo’n beetje de beste naam voor een winterbier die je kunt bedenken. En natuurlijk bomvol met smaak, het zijn wel de Struise Brouwers
Arnoud: Mary, een Barley wine van de Prael. Met 9,7% een echte Barley Wine. Ligt het aan mij dat ik dan een donker bier verwacht? Deze is licht en eigenlijk niet zo lekker. Of eigenlijk heeft hij niet zoveel smaak als ik had verwacht.
Hayo: Pilsner Urquel, ja ik ben verslaafd. Problemen mee?
Arnoud: Ach ja, een La Trappe Quadrupel. Die laat je niet staan als hij je aankijkt in de kast.
Hayo: Jopen Trinitas Tripel. Begint wat flauwtjes maar komt gedurende het drinken sterk terug. Ga hier voor zitten en drink bewust, dan haal je er alles uit.
Arnoud: Een echt winterbier: K9 winter ale van Flying Dog. Winter ales zijn eigenlijk veel minder sterk dan de zware winterbieren in Belgische stijl die wij gewend zijn. Hij is met 7,4% ok niet zo zwaar. Daar moet je wel even rekening mee houden als je winterales gaat drinken.
Iedereen heeft wel zo’n bier waarvan je weet wanneer je hem voor het eerst dronk. Rothaus is zo’n bier voor mij. Een weekend hard rijden in de Jura. De eerste overnachting in noord Frankrijk. Een onooglijk klein hotelletje met dronken locals voor de deur. En daar schonken ze Rothaus. En wat is er beter dan na een dag met je kop in de zon over kleine weggetjes scheuren dan een biertje. Niks. Maar ja, dan weet je ook dat het thuis nog een keer drinken vaak enorm tegenvalt.
Maar we bleven de naam af en toe tegenkomen. @Benniehek bleek een groot fan, om de paar maanden haalt hij de achterstoelen uit de familiewagen en rijdt naar Duitsland om in te laden. @okkeamerongen, onze man in Berlijn, bleek zijn koelkast vol te hebben met Rothaus. En opnieuw vonden wij dit bier stiekum erg lekker.
Dus toen @Benniehek weer eens zijn tocht naar Kleve begon deden wij ook een bestelling. De kratjes staan inmiddels in onze koelkast. Hoog tijd voor een hoe smaakt…. Rothaus?
Dit bier begint eigenlijk al voordat je het flesje openmaakt. Want kijk eerst naar het flesje. In de jaren ’70 hebben ze een smak geld uitgegeven aan styling en daarna nooit meer. En dat is maar goed ook, koeler dan dit etiket vind je ze nergens.
Rothaus ziet er uit als elk ander pils. Mooi blond, flinke witte schuimkraag en kraakhelder. Je krijgt er meteen dorst van. Hij ruikt moutig en hoppig. Duitse brouwers gebruiken eigenlijk altijd de klassieke hopsoorten, zoals Hallertau, Tettnanger en Saaz. Die ruiken heerlijk bloemig en grassig, alsof je in een veld met bloemen ligt. Rothaus is geen uitzondering, heerlijk.
Rothaus begint wat zoetig, hij heeft een goede body. De smaak heeft wel iets weg van mais uit een blikje. Wellicht een klein beetje dun, maar een kniesoor die daar op let. Hij bubbelt lekker op je tong en drinkt heel erg soepel weg. Na die zoetige moutsmaak neemt de hop de hoofdrol over. De bloemige en grassige geur proef je terug in de nasmaak. Een mooi zomerboeket in je bier. Met vooral veel wilde bloemen. De geur stuift in je neus maar de smaakt stuift zeker in je mond. Uiteindelijk hou je een bittere droge nasmaak over die heerlijk lang blijft hangen. Het is jammer dat het winter is want zomer in het gras met de zon…….
Een heerlijk pils, we kunnen niet anders zeggen. Alles klopt en alles smaakt zoals het hoort. Een goed bier is een goed bier punt.
Hayo: Rothaus, via @Benniehek rechstreeks uit Duitsland. Uitstekende pils. Lekker veel smaak.
Arnoud: Een 77 lager van Brewdog. Toch wel knap hoe ze van elk bier weer iets bijzonders maken. En ook iets bijzonder lekkers, als je het mij vraagt. Dit is een van de beste pilseners die er zijn.
Hayo: Onverwacht bleek ik er nog twee te hebben: Thornbridge Kill Your Darlings. Moet ik hier nog wat over zeggen? Superbier.
Arnoud: Cadeautje uit Duitsland: Torgauer Landbier. Mooi halve literbeugel. Bier is echt Duits: helder en zacht van smaak.
Hayo: IJndejaars van brouwerij het IJ. Was gratis want van vorig jaar. Was niet echt onder de indruk. Maar ja, het koste dan ook niks dus je hoort mij niet klagen.
Arnoud: Nog meer Torgauer: Doppel Caramel. Waar Doppel op slaat weet ik niet want er zat maar 1,5% alcohol in. Caramel dus het is een zwart bier. En zoet. En nauwelijks alcohol. Dan gaat het onvermijdelijk naar limonade smaken. Op zich sta ik wel open voor een zwak-alcoholisch tafelbier maar ik miste hier toch echt de alcohol die smaken vleugels geeft.
Als je bier leert drinken in Nederland, heb je het voordeel van al dat Belgische bier dat hier te koop is. Dat was vroeger ook al zo. Toen had je zo’n standaard rijtje bij de hoekslijterij: Duvel, Pauwel Kwak, Julius, Gulden Draak en Piraat.
Duvel staat nog hoog op onze favoriete bierlijst. De anderen drinken we nooit meer. Tot nu! Na onze hoe smaakt…..Pauwel Kwak vond @fred3012 dat we ons ook maar eens moesten richten op de Piraat. Dus nog maar een keer op de nostalgia tour.
De Piraat wordt gemaakt door brouwerij Van Steenberge. Steenberge brouwt ook de Gulden Draak. Maar bijvoorbeeld ook Celis White, Leute Bok en Augustijn. Allemaal van die bieren die je altijd wel ergens tegenkomt.
Zware jongen
Piraat is hun zware jongen, 10,5% maar liefst. Mooi amberkleuring met een mooie witte schuimkraag. Die schuimkraag begint met fijne bubbeltjes die snel groter en grover worden. En dan zakt ie ook snel in en verdwijnt.
Hij ruikt voornamelijk alcoholisch en moutig. Bij het drinken haal je de hop er ook niet uit. Dat is toch echt alleen alcohol en mout. Zoet is wel een beetje het kernwoord bij dit bier. Je proeft honing, brood en gist. Met heel veel moeite proef je op het allerlaatst dan nog hop . Maar daar moet je wel heel erg veel moeite voor doen.
Archetype Belgische bier
Qua punten gaat dit niet echt de goede kant op. Maar op een of andere manier werkt het wel. Een Piraat is wel wat anoniem; je drinkt hem en hij smaakt naar alle andere zoete Belgische bieren die je ooit gedronken hebt. Je pikt deze er niet uit in een line-up. Neem een voorbeeld Belgisch bier in gedachten en dan heb je een Piraat te pakken. Piraat is eigenlijk het archetype Belgische bier.
Maar wat voor punten geef je aan het über-Belgische bier? Geen flauw idee. Twee punten? Drie punten? Vier punten? Zeg het maar. Anoniem maar hij staat wel voor een een hele biernatie. Weet je, als je een bier maakt wat zo nietszeggend is maar wel zo goed, dan krijg je vier punten. Maar wel met moeite. Met heel veel moeite.
We zijn helemaal in de cliché-modus bij bestetotnutoe. Terugkijken op het aflopende jaar, lijstjes maken, de frituurpan schoonmaken voor het oliebakfestijn op oudjaarsdag. Je kent het wel. En wat vonden we, terugkijkend op 2011, van dit jaar?
Het was best een aardig bierjaar. Niet zo heel veel nieuwe dingen of sappige controverses maar we hebben ons aardig geamuseerd. Wat er allemaal aan de hand was? Een opsomming:
Er kwam een nieuwe serie van Tournée Générale. En gelijk ging alles mis bij dit programma. De tweede serie was veel minder leuk dan de eerste. En het bier dat ze uitbrachten was ook al niet lekker. Maar Jean Blaute en Ray Cokes zakten definitief door het ijs toen bleek dat brouwerijen geld betaalden aan de Vlaamse publieke omroep om aan bod te komen in dit programma. Exit geloofwaardigheid.
Er kwam wel een ander goed bierprogramma. Op Discovery. Brewmasters ging over de onorthodoxe brouwer van Dogfishhead, Sam Calagione. In zijn brouwerij werd vooral heel veel bier weggegooid maar verder bleek de zaak prima te kunnen draaien zonder aanwezigheid van de reislustige Sam.
De anti-alcohollobby had ook weer haar momentje in 2011. Dit keer met het plan om het alcoholpercentage in bier omlaag te krijgen. Dat er geen verband is tussen matige bierconsumptie en alcoholisme is natuurlijk niet relevant. Zolang jij maar meer gaat betalen.
Een andere constante in 2011 waren vrouwen. Ja, die zijn er natuurlijk altijd wel maar dit jaar werden ze herontdekt als (niet-) bierdrinkers. Aan de ene kant zijn er grote brouwerijen als Heineken die vrouwen zien als limonadebierdrinkers, aan de andere kant is er een wat hysterische lobby die alleen met een beschuldigende vinger kan wijzen naar biermarketeers. De enige die het echt goed begrijpt is de Amersfoortse brouwerij De Eem, die met hun Tasty Lady een voortreffelijk vrouwenbier brouwt. Daar wil je als man ook nog wel mee gezien worden.
En hoe ging het met ons? Nou, prima! Onze bezoekcijfers groeiden naar ongeveer 5.000 unieke bezoekers per maand. Verder begonnen we met het organiseren van bierproeverijen, bierworkshops en masterclasses. Zo gaven we een leuke workshop op culinair evenement Taste of Amsterdam. Bloggen en bierdrinken blijft een uitstekende combinatie.
Dat bleek ook in mei, toen we naar Engeland gingen voor een conferentie voor bierbloggers. Daar merkten we dat Nederland ver achterloopt op het gebied van sociale marketing. Natuurlijk zijn wij veel te nuchter om ons te laten beïnvloeden door bierbrouwerijen maar als dat gratis bier was best lekker. En uit ons online ondezoekje bleek dat we op de goede weg zijn met ons bestetotnutoe.
Geen jaar zonder mooie trappistencontroverse natuurlijk. Allereerst was daar natuurlijk Westvleteren. De onbereikbare brouwerij met dat uitstekende bier. Moeilijk te krijgen maar nu in de winkel te koop. Vreemd genoeg niet bij de vele mooie gespecialiseerde bierwinkels, zoals zo goed zou passen bij dit merk. Maar bij grootgrutter Colruyt, die absoluut niet past bij het Trappisterimago. De Belgen moesten moeilijk doen met bonnen uit tijdschriften enzo om een proefpakketje te kunnen bemachtigen. De reputatie van Westvleteren heeft door de geldhonger van de monniken een flinke deuk opgelopen.
Meer monniken met geldzorgen vonden we in Frankrijk, op de Katsberg. Daar staat een Abdij waar ze kaas maken en geen bier. Maar bier levert meer geld op. Dus doen de paters net aslof ze bier brouwen. Dat mag geen Trappistenbier heten maar er mag wel Trappistenbier op het etiket staan. Mooie katholieke logica om de bierdrinker bij de neus te nemen.
Sowieso was het een lastig jaar voor België. Nee, niet om die regering. De trots der natie, de brouwindustrie, rust teveel op haar lauweren, volgens het Parool. De Amerikanen zetten de trends en Belgische brouwers innoveren niet. Gezien de vele reacties die volgden werd een gevoelige snaar geraakt.
En dan was er natuurlijk nog bokbier. Het enige echte speciaalbier in Nederland. Elk jaar weer goed voor mooie festivals, mooie lijstjes en mooie discussies. Wij genieten er nog elk jaar van.
Goed, we kijken uit naar 2012. Kijk met ons mee en blijf ons blog lezen!
December: tijd voor lijstjes. Ook bij bestetotnutoe. We beginnen het einde van 2011 met de beste Nederlandse brouwerijen van 2011. Wie brouwden het beste in het afgelopen jaar?
5. Chtristoffel Ja sorry. Wij hebben een enorm zwak voor Christoffel. Omdat je nooit wat van ze hoort. Wie of wat is Christoffel? Geen idee. Ja, het is een brouwerij uit Roermond en ze brouwen best hele fatsoenlijke biertjes. Maar wie de brouwers zijn, wat hun plannen zijn, we weten het niet.
Om in deze tijd van sociaal communiceren gewoon gesloten te zijn als een oester, daar dwing je respect mee af. Bij ons wel tenminste. Volgens ons is hun budget voor paperclips hoger dan dat voor marketing. Maar hun biertjes zijn lekker en eigenwijs en dat zijn die leuke beugelflesjes ook. Niet veranderen dus, Christoffel! Gewoon de stiekeme verrassing van de Nederlandse bierindustrie blijven.
4. Emelisse Emelisse is het soort brouwerij dat je graag ziet. Ergens ver weg in een provincie, dus met een mooi lokaal profiel. En dan spannende biertjes brouwen. Met veel en vreemde hop. Bier dat er nog niet is, in Nederland.
De kwaliteit van Emelisse is nog niet altijd 100% Maar daar hebben we al die andere brouwerijen voor. Emelisse moet lekkere nieuwe bieren brouwen en die hoeven niet meteen perfect te zijn. Dat komt vanzelf wel, daar hebben we alle vertrouwen in.
3. Texelse Bij de Texelse brouwerij weten ze hoe met moet. Een leuke brouwerij op een leuk eiland. Ook weer lekker lokaal. Enthousiaste brouwer die goeie rondleidingen geeft en oprecht trots is op zijn brouwerij. Die sportief reageert op onze blog als wij zijn bier lekker vinden. Al zijn bieren refereren aan Texel en dat willen wij als klanten ook.
En denk niet dat het allemaal verpakking is. Bij de Texelse brouwerij kunnen ze een fatsoenlijk biertje brouwen. En die kun je ook nog eens gewoon bij de slijter kopen. Als wij de bieren van de Texelse brouwerij testen dan eindigen ze meer dan eens bovenaan. Echt een pareltje om trots op te zijn.
2. Gulpener Als brouwer van de Nederlandse überklassieker Dort hoort Gulpener natuurlijk per definitie in deze lijst. Tel daar nog eens hun inzet voor bier als culinaire drank bij op. Want zo hebben ze hun geweldige pils Chateau Neubourg gebrouwen en in de markt gezet. Dan weet je dat Gulpener ver voor loopt op de andere Nederlandse brouwerijen.
En niet alleen wanneer het gaat om het bier zelf. Geen enkele brouwerij is actiever op sociaal gebied. Ze twitteren, ze zoekencontact met je. Ze verbouwen zelf hun hop en jij kan die in Zuid-Limburg komen plukken. Verder waren ze al ecologisch verantwoord toen andere brouwerijen dat woord nog in hun jaarverslag moesten opnemen. Gulpener is het lichtend voorbeeld van hoe een moderne brouwerij werkt.
1. Jopen Goed, je profileert jezelf als echt Haarlems maar dat geldt in de rest van Nederland niet als handicap, maar als aanbeveling. Dan doe je iets goed. En bij Jopen doen ze eigenlijk gewoon alles goed. Ze hebben een fantastische leegstaande kerk weten te bemachtigen en omgetoverd tot een brouwhalla waar bier maken en eten en drinken centraal staat. In alles is Jopen een leuke en succesvolle brouwerij. Jopen vertelt geen mooi verhaal, Jopen ís het mooie verhaal.
En dan hun bieren. Een mooie mix van oude bieren en nieuwe smaken. Ze doen mee met Nederlandse klassiekers zoals bokbier. Maar ze brouwen ook nieuwe bieren. Een mooi voorbeeld is hun fantastische Jacobus. Terecht verkozen als beste nieuwkomer van 2011. Een fantastische Rye Pale Ale die heel erg nodig moet worden opgenomen in hun permanente assortiment. Jopen is die brouwerij die je altijd kunt noemen als iemand zegt dat er in Nederland geen goed bier wordt gebrouwen. Onze nummer 1.
Ben je het eens met deze lijst? Zijn we iets vergeten? Reageer en laat het ons weten.